De Roermondse kartuizers

Geheim van de stilte

Rudolf van Dijk - Krijn Pansters (red.), Het Geheim van de Stilte. De Besloten Wereld Van De Roermondse Kartuizers. Verschenen ter gelegenheid van de tentoonstelling in het voormalige kartuizerklooster ’O.L. Vrouw van Bethlehem’ te Roermond, maart -juni 2009. Zwolle; Roermond, Waanders Uitgevers; Stichting De Roermondse Kartuizers, 2009. 304 blz., afb., krt. ISBN 978 90 400 8488 1. € 29,95.

Sinds de oprichting (1970) van de reeks Analecta Cartusiana door de erudiete kartuizerkenner James Hogg heeft het onderzoek van geschiedenis en spiritualiteit van de Orde der Kartuizers een hoge vlucht genomen.

In de afgelopen veertig jaren hebben wetenschappers in de meeste landen waar de kartuizers in het verleden vertegenwoordigd waren, congressen en exposities georganiseerd en vooral publicaties doen verschijnen. De vruchten van deze intensieve onderzoeksperiode zijn heuristisch merendeels bijeengebracht in het Monasticon Cartusiense (2004-2008) onder redactie van James Hogg en Gerhard Schlegel. In deze decennia is Nederland verhoudingsgewijs weinig actief geweest. Dit veranderde in 2004 met de oprichting van de Stichting De Roermondse Kartuizers. Deze stelde zich ten doel de voormalige kartuis Bethlehem te Roermond aan de vergetelheid te ontrukken en niet alleen een forse bijdrage te leveren aan het internationaal wetenschappelijk onderzoek, maar ook tegemoet te komen aan de toenemende publieke belangstelling, die mede door de indrukwekkende film Die grosse Stille van Philip Gröning sinds 2005 aanmerkelijk is gegroeid.

Van de negen kartuizen die Nederland in de middeleeuwen heeft gekend, is bouwhistorisch gezien weinig bewaard gebleven. Een bescheiden uitzondering is de kartuis Bethlehem (1376-1783) te Roermond, waarvan alleen de grote kruisgang, maar zonder de cellen van de monniken (Galilea maior), en een groot deel van de gemeenschapsruimten (Galilea minor) nog herkenbaar aanwezig zijn. Deze gebouwen fungeerden als diocesaan grootseminarie (1841-1968) en dienen thans overwegend als kantoorruimte van het bisdom Roermond. Deze voormalige kloostergebouwen - kruisgang, kloosterkerk, broederskapel, kapittelzaal, refter, keuken - boden een passend decor voor een evenement dat in Nederland nog niet eerder vertoond was.

De dubbele doelstelling van de Stichting De Roermondse Kartuizers leidde in 2009 tot zowel een internationaal congres (Roermond, 19-21 juni), waarvan de bijdragen afzonderlijk gebundeld zullen worden, als ook een grote publiekstentoonstelling (Roermond, 28 maart - 21 juni), waarvan het begeleidende boek helaas pas kort voor de sluiting kon verschijnen. Terecht is deze omvangrijke en met 235 foto’s geïllustreerde publicatie niet voorzien van de aanduiding ’catalogus’. Want meer dan de helft van de omvang biedt ruimte aan elf substantiële wetenschappelijke bijdragen.

Voor een inspirerend Ten geleide (6) tekende dom Marcellin Theeuwes, de huidige (Nederlandse) prior van de Grande Chartreuse bij Grenoble en als zodanig tevens prior generaal van de kartuizers. Na een algemene historische schets van de kartuizerorde (12-21) door P. Nissen en een presentatie van haar theologie (22-29) door K. Pansters plaatsen T. Gaens en F. Hendrickx de twintig voormalige kartuizen van de Nederlanden in hun historische context (30-47), terwijl L. Zuidema de functie van kunst in de Nederlandse kartuizen (48-61) aan het orde stelt. Na deze meer algemene bijdragen zijn de overige gewijd aan de Roermondse kartuis. Het historisch kader wordt geschetst door P. Nissen (62-77) en aangevuld vanuit de Chartae van het generaal kapittel (78-89) door J. Hogg. Zijn rijke notities kunnen door gebrek aan bronnen in de 17de en 18de eeuw tot geen andere conclusie leiden dan dat de kartuizerobservantie in Roermond ook na de moord op de twaalf kartuizers door troepen van Willem van Oranje (23 juli 1572) tot aan de opheffing (1783) ’in het algemeen toch van een respectabel niveau’ moet zijn geweest. Vanuit relaties met andere vestigingen in de cartusiaanse Provincia Rheni (90-101) onderzocht H. Goder het ’netwerk’ van Bethlehem, waarbij het tabellarisch overzicht (95) wat aan helderheid te wensen overlaat. Op basis van haar recent onderzoek geeft B. Dukers op boeiende wijze een helder verslag van de bouwgeschiedenis van de Roermondse kartuis (102-121), waarin veel nieuwe inzichten zijn aangedragen. B. Thissen schetst vanuit de cultuurgeschiedenis de eigen wereld van de cartusiaanse boekcultuur in Roermond (122-139) en komt aan de hand van bibliotheekscatalogi tot een meer genuanceerde visie dan wij gewend zijn. Tegen deze achtergrond geeft R. Dückers de handschriften van deze kartuis (140-157) hun eigen plaats. Het bijdragendeel wordt afgesloten met een fijnzinnige schets (158-165) door P. Nissen van Dionysius de Kartuizer (1402/3-1471), die hij terecht ’de roem van de Roermondse kartuis’ noemt.

Het catalogusdeel omvat beschrijvingen door een vijftal deskundigen van de tachtig objecten die genoemde Stichting uit binnen-en buitenland bijeen heeft weten te brengen. Aan veruit de meeste nummers zijn afbeeldingen bijgevoegd, die in het algemeen van uitstekende kwaliteit zijn, evenals trouwens het overige beeldmateriaal. Op enkele plaatsen verraadt een opvallend witte ruimte de plek waar afbeeldingen hadden moeten (of kunnen) staan (nrs. 32, 54, 57, 80), althans wanneer wij afgaan op de begeleidende teksten. Deze hangen nu enigszins in de lucht, omdat de verwijzing naar de objecten een afbeelding ervan veronderstelt. In enkele beschrijvingen van gecombineerde objecten is terecht gekozen voor een enkele exemplarische afbeelding.

Veel vroege bezoekers van de tentoonstelling zullen dit begeleidende boek gemist hebben. Ook nadat de expositie ontmanteld is, blijft het evenwel een publicatie van blijvende waarde, vooral door de overwegend voortreffelijke bijdragen. Hiermee heeft Nederland zijn volwaardige plaats in de internationale Kartäuserforschung hopelijk definitief ingenomen.