De stichting van de Abdij van Averbode vanuit de bewaarde oorkonden (1133-1139)

Janssens

Herman Janssens
Bijdrage aan het Signum Symposium 2018: Premonstratenzers en premonstratenzerinnen in middeleeuws Brabant

Over de stichting van de norbertijnenabdij van Averbode bleven in het abdijarchief vier oorkonden bewaard. De bespreking van deze bronnen vormt de hoofdbrok van deze bijdrage. De bewaarde literaire bronnen over de stichting van de abdij hebben geen enkele historische waarde met betrekking tot deze stichting, we laten ze volledig terzijde.

1. Oorkonde van Alexander, bisschop van Luik met de later toegevoegde datum 1140

Alexander I, bisschop van Luik, bevestigt de schenking van het allodium dat Averbode wordt genoemd aan hen die op die plaats tot lof en eer van Christus God willen dienen, door Arnold, graaf van Loon, dit met instemming van andere edelen hierbij betrokken, met name Arnold van Aarschot, Arnold van Diest, Cuno van Repen en Rudolf, abt van Sint-Truiden.

Alle genoemde personen in de beschikking, de datering en de getuigenlijst waren gelijktijdig in functie tussen 4 juni 1133, de datum van de keizerskroning van Lotharius, en begin juni 1135, de afzetting van bisschop Alexander I; voor beide feiten geldt de tijdsduur voor berichtgeving vanuit Italië als bijkomende marge.

Deze oorkonde van bisschop Alexander van Luik is een merkwaardige oorkonde. Een oordeel over de echtheid is niet eenvoudig. Sommige argumenten pleiten voor echtheid, andere werpen toch een schaduw hierop.

2. Oorkonde van Arnold II, graaf van Loon met als datum 1135

Arnold II, graaf van Loon, heeft samen met zijn zoon Lodewijk de kerk gesticht van de heilige Maria en de heilige Johannes de Doper op zijn allodium te Averbode. Hier hebben zij kanunniken van de premonstratenzer orde geplaatst, levend volgens de regel van de heilige Augustinus. Aan hen werden alle landen en bossen vanaf Endeberge tot aan de grens die Ulrepath wordt genoemd, alsook de omliggende weiden, in vrij bezit afgestaan. Ook de kerk van Tessenderlo met de tienden en aanhorigheden en alle dienstbaarheden van die plaats, vijvers zowel als weilanden, werden aan de broeders geschonken voor eigen gebruik. Deze schenking hebben ze laten bekrachtigen door paus Innocentius II, zaliger gedachtenis.

Omwille van de pas later gebruikelijke omschrijving van de orde van Prémontré, van de te nauwkeurige beschrijving van de bezittingen te Averbode en Tessenderlo, van de tienden te Tessenderlo, van het tekstcitaat uit de pauselijke bul van 1139 en van de combinatie van de patroonheiligen Maria en Sint-Jan de Doper, werd volgens mij deze oorkonde later geschreven dan 1135 en is ze bijgevolg een vervalsing.

3. Oorkonde van Stefan, bisschop van Metz uit 1136

Stefan, bisschop van Metz, draagt, als voogd van de abdij van Sint-Truiden, op vraag van Gerard, kardinaal van het Heilig Kruis en pauselijk legaat, het deel dat de abdij van Sint-Truiden heeft in het bezit van het land van Averbode over aan de kerk van Sint-Jan de Doper aldaar opgericht, dit met instemming van abt Rudolf van Sint-Truiden en zijn medebroeders. De voorwaarde hierbij is dat de broeders van de kerk van Sint-Jan de Doper elk jaar met Driekoningen een goudstuk betalen aan de kerk van de heilige Trudo. Ook de lekenvoogden van de benedictijnenabdij verleenden hierbij hun instemming.

Deze oorkonde vertoont alle kenmerken van een echte oorkonde afkomstig uit de omgeving van de keizer. De officiële overdracht van het bezit van de abdij van Sint-Truiden te Averbode aan de aldaar reeds aanwezige religieuze gemeenschap vond plaats op of kort na Pasen 1136.

4. Bul van paus Innocentius II van 16 april 1139

Paus Innocentius II neemt, op vraag van abt Andreas, de kerk van de heilige Maria in Averbode, opgericht door graaf Arnold en zijn deelgenoten, vanaf Engsbergen tot aan de weg naar Veerle en de rondom liggende weiden, op onder de bescherming van de heilige Petrus. Ook het bezit van de kerk van Tessenderlo wordt bevestigd. Tegelijk maakt de paus een aantal gebruikelijke afspraken bij een kloosterstichting en bepaalt hij dat de regel van de heilige Augustinus en de levenswijze van het klooster van Prémontré er voor altijd moeten bewaard blijven.

Deze oorkonde vertoont alle kenmerken van een originele pauselijke bul. Haar echtheid werd voorheen nooit betwijfeld. Dit is tevens het oudste document waarin de naam van een abt van Averbode wordt genoemd, namelijk abt Andreas en – wanneer we de oorkonde van de graaf van Loon terzijde schuiven – waarin met betrekking tot Averbode naar Prémontré wordt verwezen.

Besluit

Over de stichting van de abdij van Averbode bleven vier mooie oorkonden bewaard, waarvan ik er drie weerhoud. De vierde, deze van de graaf van Loon, bevat eigenlijk geen bijkomende informatie, ze zet ons wel op een verkeerd spoor omdat zij de toestand van enkele decennia later terug projecteert naar het moment van de stichting.

Toch zijn volgens mij de norbertijnen in dit stichtingsdossier vlugger tussenbeide gekomen dan Bernhard Benedixen stelde. Hierdoor is de prachtige akte van 1136 voor mij dé bevestigingsoorkonde van de toen reeds bestaande gemeenschap, al stel ik toch voor om in dit dossier de traditionele stichtingsdatum 1134 pragmatisch te behouden voor de jubileumviering waar, na de viering van het jubileum van de orde in 2021, stilaan naar wordt uitgekeken.

Literatuur:
Herman Janssens, ‘De stichtingsoorkonden van de abdij van Averbode (1133-1139), gevolgd door enkele verdachte oorkonden uit de twaalfde eeuw’, in: Analecta Praemonstratensia 66 (1990), p. 5-47.
Herman Janssens, ‘De stichting van de Abdij van Averbode vanuit de bewaarde oorkonden (1133-1139)’, in: Janick Appelmans (ed.), Premonstratenzers en premonstratenzerinnen in Brabant [Eigen Schoon en De Brabander 102/1] (Asse: Koninklijk Historisch Genootschap van Vlaams-Brabant en Brussel, 2019), p. 19-37.